Thumbnail

Nieuwe fase voor OBO: van duizenden metingen naar heldere conclusies

Het Onderzoek Bestrijdingsmiddelen en Omwonenden (OBO) heeft het veldwerk afgerond. Met dank aan de telers en omwonenden die hebben deelgenomen! Onderzoekers hebben ruim 5.700 monsters van urine, huisstof, lucht, planten en aarde verzameld bij omwonenden van Nederlandse bollenvelden.

In totaal namen 40 telers en 194 omwonenden deel aan het onderzoek op acht locaties. Per locatie werden er twee tot drie meetrondes uitgevoerd, verspreid over twee jaar. Door een uitgebreid scala aan metingen uit te voeren, brengen de onderzoekers nauwkeurig in beeld hoe de bestrijdingsmiddelen zich in de omgeving verspreiden.

Gegevens verzamelen

Er zijn gedurende de metingen verschillende soorten monsters verzameld. Onderzoekers namen luchtmonsters bij woningen rondom de onderzochte percelen. Ook verrichtten de onderzoekers luchtmetingen in de huizen van een deel van de omwonenden. Bijna 24.000 kg aan pompen en filters hebben de veldwerkers versleept.

Spuitregistraties

Deelnemende telers en telers van omliggende percelen hebben ook hun spuitregistratie gedeeld met de onderzoekers. Daardoor kan het onderzoek rekening houden met het gebruik van bestrijdingsmiddelen op andere percelen en buiten de meetperiodes om. In totaal hebben de onderzoekers van 140 percelen de spuitregistraties verzameld.

Monstername thuis

Deelnemende omwonenden verzamelden urine gedurende zeven dagen tijdens de eerste twee meetrondes in het spuitseizoen en gedurende twee dagen tijdens de laatste meetronde buiten het spuitseizoen. Dit leverde in totaal bijna 2.500 urinemonsters op. Onderzoekers verzamelden ook huisstof bij de deelnemende omwonenden. Het huisstof kan resten bevatten van bestrijdingsmiddelen die bijvoorbeeld via de lucht of via kleding zijn binnengekomen. Metingen van dat huisstof geven een beeld van de totale blootstelling over de periode dat het stof heeft kunnen neerslaan. Onderzoekers hebben monsters genomen van planten en bodem direct om het huis en van materiaal uit deurmatten. Dit levert informatie op over bestrijdingsmiddelen in de directe leefomgeving buiten en de insleep via schoenen.

Bestrijdingsmiddelen in de leefomgeving

De komende maanden analyseren de onderzoekers de verzamelde monsters op het voorkomen van bestrijdingsmiddelen. Zo wordt duidelijk in hoeverre resten van bestrijdingsmiddelen zich bevinden in de omgeving en in het lichaam van omwonenden.

Hoe kunnen bestrijdingsmiddelen bij omwonenden terechtkomen?

Wanneer gewassen worden bespoten, begint er een complex proces van verspreiding. Er zijn verschillende routes waarlangs de middelen bij omwonenden terecht kunnen komen. Middelen kunnen zich via de lucht verspreiden, maar ook doordat mensen het via kleding en schoenen meedragen en via wasgoed en huisdieren.

Het OBO brengt in kaart in hoeverre bestrijdingsmiddelen daadwerkelijk deze routes afleggen.

Blootstelling door andere bronnen

Omwonenden van bollenpercelen kunnen ook met bestrijdingsmiddelen in aanraking komen die niet van het nabijgelegen bollenveld komen. Zo kunnen zij bestrijdingsmiddelen binnen krijgen via voeding, door eigen gebruik van bestrijdingsmiddelen en door blootstelling op een andere plek. Daarom vulden de deelnemende omwonenden een dagboek in over momenten waarop zij op een andere manier in aanraking komen met deze stoffen.

Thumbnail
Thumbnail

Figuren: Schematische weergave van hoe mensen via verschillende routes blootgesteld kunnen worden aan bestrijdingsmiddelen.

Bekijk de animatie video: meten + rekenen = weten

Het Onderzoek Bestrijdingsmiddelen en Omwonenden heeft duizenden monsters genomen om te meten hoe bestrijdingsmiddelen zich verspreiden nadat gewassen worden bespoten. Maar de metingen zijn momentopnames, ze kunnen niet op elk moment en in elke situatie worden uitgevoerd. Met rekenmodellen kunnen we de blootstelling voor andere tijdstippen, andere weersomstandigheden en andere locaties voorspellen. De animatievideo legt helder uit hoe dit in z'n werk gaat.

Resultaten verkennend gezondheidsonderzoek dit voorjaar verwacht

Naast het onderzoek naar blootstelling aan bestrijdingsmiddelen, coƶrdineert het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu een verkennend onderzoek naar de gezondheid van omwonenden van landbouwpercelen. Hierbij wordt onderzocht of gezondheidsproblemen een relatie hebben met de teelt van gewassen nabij de woning. Het onderzoek is in de afrondende fase.

Het RIVM voert het verkennend gezondheidsonderzoek samen met NivelNederlands Instituut voor Onderzoek van de Gezondheidszorg en de Universiteit Utrecht uit. Door gezondheidsgegevens te koppelen aan de gegevens over landgebruik wordt bekeken of er relaties bestaan tussen het wonen in de nabijheid van landbouwpercelen en de gezondheidsbeleving, acute en chronische symptomen en aandoeningen en zwangerschapscomplicaties. Allereerst zijn gegevens over agrarisch landgebruik gekoppeld aan adressen in Nederland. Via de adressen zijn vervolgens gezondheidsgegevens uit verschillende bronnen gekoppeld aan landgebruik. Hierbij blijven de persoonsgegevens voor de onderzoekers afgeschermd.

De volgende gezondheidsgegevens worden gebruikt:

  • gezondheidsklachten die geregistreerd zijn door huisartsen in de elektronische patiĆ«ntdossiers.
  • zelf-gerapporteerde klachten: hiervoor is een vragenlijst uitgestuurd naar 12.000 personen en is gebruik gemaakt van de landelijke GGDGemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst-Gezondheidsmonitor.
  • gegevens over zwangerschap en geboorte uit de database van de stichting Perinatale Registratie Nederland (PRN).
  • gegevens over wanneer er in Nederland mensen zijn overleden en waaraan zij zijn overleden. Hiervoor maken onderzoekers gebruik van de gegevens uit de Dutch Environmental Longitudinal Study (DUELS).

De resultaten - of er een relatie bestaat tussen het wonen in de nabijheid van landbouwpercelen en de gezondheidsklachten van mensen - worden dit voorjaar verwacht. De resultaten van het blootstellingsonderzoek worden in de tweede helft van 2018 gepubliceerd. Op basis van deze resultaten zal bekeken worden hoe fase 2 van het blootstellingsonderzoek ingericht moet worden. Het blootstellingsonderzoek en de gezondheidsverkenning geven samen richting aan eventueel vervolgonderzoek.